Hieronder wordt een toelichting gegeven op de technische verschillen tussen de meerjarensaldi van de programmabegroting 2027 en de perspectiefnota 2027. De verschillen zijn enerzijds het gevolg van de uitgangspunten en kaders uit de perspectiefnota 2027, waarop de begroting is gebaseerd, en anderzijds van een actualisatie van de verwachte uitgaven en inkomsten vanaf 2027.
Daarnaast zijn bij de voorbereiding van de programmabegroting 2027 verwachte financiële meevallers geïnventariseerd en, waar voldoende zeker, in de begroting verwerkt. Het gaat hierbij om lagere uitgaven en incidentele inkomsten die in voorgaande jaren veelal pas gedurende het begrotingsjaar of bij de jaarrekening in beeld kwamen. Voorbeelden hiervan zijn tussentijdse winstnemingen uit grondexploitaties, een incidentele verkoopopbrengst van een gemeentelijke eigendom en de vrijval van middelen uit de decentralisatie-uitkering CDOKE binnen het gemeentefonds.
De afzonderlijke effecten worden hieronder toegelicht. Daarbij moeten de verschillen in samenhang worden bezien. Zo geldt de in de begrotingskaders 2027 opgenomen prijscompensatie voor alle prijsgevoelige uitgaven. Bij enkele taakvelden, zoals afvalverwerking en riolering, wordt deze compensatie via de bijbehorende tarieven weer doorberekend in de inkomsten.
Op de verschillende effecten wordt verderop in deze analyse op onderwerp-niveau nader ingegaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen budgettaire bijstellingen, investeringen, het sociaal domein, grondexploitaties en Nij Begun.
Budgettaire bijstellingen
Onder de budgettaire bijstellingen zijn de reguliere actualisaties van de begroting opgenomen. Het gaat onder meer om het indexeren van nieuwe beleidsvoorstellen die bij de aanbieding van de programmabegroting 2026 zijn verwerkt en om beperkte bijstellingen van bestaande budgetten op basis van actuele ontwikkelingen. Een voorbeeld hiervan is het vervallen van een huurinkomst vanaf 2027 als gevolg van het beëindigen van de verhuur van een gemeentelijk eigendom.
Daarnaast leidt het aflopen van het budget voor de uitvoeringskosten van het woningbouwteam in 2026 vanaf 2027 tot een nadeel op de personeelskosten. Hier staat in 2027 een incidenteel voordeel tegenover als gevolg van de verkoop van de voormalige Novatec-locatie.
Tot slot is in 2027 rekening gehouden met een gedeeltelijke vrijval van de decentralisatie-uitkering CDOKE. Deze uitkering is bedoeld voor de versterking van de uitvoeringskracht van gemeenten op het gebied van klimaat- en energiebeleid. De vrijval in 2027 is naar verwachting mogelijk doordat een deel van de in 2026 beschikbare middelen niet in dat jaar wordt besteed en wordt doorgeschoven naar 2027. Hierdoor ontstaat in 2027 ruimte om een deel van de beschikbare middelen vrij te laten vallen.
De hiervoor genoemde ontwikkelingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting en zorgen per saldo voor voordelen voor de jaren 2027 en 2028 en daarna voor nadelen.
Investeringen, inclusief afvalverwerking en riolering
Investeringen hebben gedurende de levensduur van de investering financiële gevolgen voor de gemeentelijke begroting. De daarmee samenhangende kapitaallasten bestaan uit rente en afschrijvingen. De omvang en het verloop van deze kapitaallasten worden bepaald door de omvang, planning en fasering van de investeringen en de gehanteerde afschrijvingsmethodiek.
De verschillen in kapitaallasten worden voornamelijk veroorzaakt door een actualisatie van de verwachte investeringsuitgaven en de daarmee samenhangende rente- en afschrijvingslasten. Hierbij is uitgegaan van de meest actuele investeringsplanning, waaronder de verwachte investeringen in onderwijshuisvesting. Door wijzigingen in de fasering van investeringen kunnen kapitaallasten ten opzichte van de perspectiefnota in een ander begrotingsjaar tot uitdrukking komen.
Daarnaast is vanaf begrotingsjaar 2027 een nieuwe methodiek voor het moment van afschrijven toegepast. Op grond hiervan wordt gestart met afschrijven in het jaar volgend op het jaar waarin een investering in gebruik wordt genomen. Hierdoor verschuift het moment waarop afschrijvingslasten in de begroting worden opgenomen. Dit heeft met name in de eerste jaren effect op de hoogte en het verloop van de geraamde kapitaallasten.
Tot slot zijn meer personeelsuren toegerekend aan de begrotingen van afvalverwerking en riolering. Deze uren worden toegerekend aan deze taakvelden en leiden daar tot hogere lasten, waar tegenover een hogere kostendekking via de betreffende tarieven staat.
Stelpost onderuitputting kapitaallasten investeringen
Niet alle investeringen worden uitgevoerd volgens de oorspronkelijke planning. Hierdoor starten de bijbehorende rente- en afschrijvingslasten vaak later dan begroot. Uit de jaarrekeningen 2024 en 2025 blijkt dat de werkelijke kapitaallasten daardoor lager uitvielen dan vooraf was geraamd. Om de begroting beter te laten aansluiten op de praktijk is hiervoor een stelpost opgenomen. Deze is berekend volgens de uitgangspunten van het GTK 2026 en bedraagt maximaal 20% van de kapitaallasten van nieuwe investeringen. De werkelijke onderuitputting in de afgelopen jaren lag hoger dan dit percentage, waardoor de opgenomen stelpost als een reële raming wordt beschouwd.
Sociaal domein
De uitstroom van medewerkers uit de WSW zet de komende jaren verder door. Als gevolg hiervan neemt ook de Rijksbijdrage voor de WSW af. Tegelijkertijd groeit de instroom in Beschut Werk, waardoor de kosten voor deze voorziening toenemen. Deze ontwikkeling weerspiegelt de verschuiving van de WSW naar de instrumenten binnen de Participatiewet.
Stelpost huishoudelijke hulp vanaf 2029
Vanaf 2029 is in de meerjarenbegroting een stelpost opgenomen in verband met de voorgenomen wijziging van de financiering en uitvoering van de huishoudelijke hulp. Het Rijk heeft aangekondigd de huishoudelijke hulp vanaf 1 januari 2029 niet langer als algemene Wmo-maatwerkvoorziening te verstrekken, waarbij een vangnet blijft bestaan voor inwoners die niet zelf in hun hulp kunnen voorzien. Als gevolg hiervan wordt vanaf 2029 een bedrag uit het gemeentefonds genomen. Voor onze gemeente wordt de financiële omvang van deze uitname voor 2029 geraamd op circa € 2,1 miljoen. Voor dit bedrag is vanaf 2029 een stelpost opgenomen, waardoor de financiële gevolgen van de uitname op dit moment budgettair neutraal in de meerjarenbegroting zijn verwerkt. De concrete gevolgen voor de uitvoering en de gemeentelijke uitgaven aan huishoudelijke hulp zijn nog afhankelijk van de verdere uitwerking van de landelijke maatregelen. De stelpost wordt bij de actualisatie van de meerjarenbegroting opnieuw beoordeeld op basis van de dan beschikbare informatie over de landelijke regelgeving, de omvang van de uitname en de gevolgen voor de gemeentelijke uitvoering.
Grondexploitaties
De verwachte verschillen in uitgaven en inkomsten bij de grondexploitaties, waaronder de ontwikkeling van personeelsuren en rente, worden in de begroting verwerkt. Dit gebeurt door de verwachte mutaties in de boekwaarde van de grondexploitaties te actualiseren. De hiervoor genoemde ontwikkelingen hebben per saldo een positief effect op de meerjarensaldi.
Daarnaast zijn op basis van de actuele grondexploitatieberekeningen verwachte tussentijdse winstnemingen opgenomen voor 2027 en 2028. Deze winstnemingen worden bepaald en verwerkt overeenkomstig de BBV-regels en de actuele prognoses van de betreffende grondexploitaties. De omvang van de winstnemingen wordt bij toekomstige actualisaties opnieuw beoordeeld.
Voor de jaren 2027 tot en met 2030 zijn daarnaast verwachte baten uit de specifieke uitkering Realisatiestimulans woningen in de begroting opgenomen. De hoogte van deze baten is afhankelijk van het aantal betaalbare woningen waarvan de bouw daadwerkelijk start en de daarop gebaseerde bijdrage. De ramingen worden daarom periodiek geactualiseerd aan de hand van de actuele woningbouwplanning en de realisatie. De landelijke regeling loopt door tot 2035; de in deze begroting opgenomen ramingen hebben betrekking op de huidige meerjarenperiode tot en met 2030.
De effecten van de grondexploitaties, de verwachte winstnemingen en de Realisatiestimulans zijn in samenhang meegenomen in het begrotingssaldo.
Nij Begun
De financiële effecten van Nij Begun zijn ten opzichte van de perspectiefnota 2027 in 2027 per saldo beperkt negatief. Daar staat tegenover dat in 2027 nog een vergoeding voor de uitvoeringskosten van Nij Begun via het gemeentefonds wordt verwacht. Deze vergoeding was nog niet opgenomen in de perspectiefnota en heeft per saldo een positief effect op het begrotingssaldo van 2027. Vanaf 2028 wordt vooralsnog geen vergoeding meer verwacht voor de inzet van eigen personeel. De personele inzet voor Nij Begun leidt daardoor vanaf 2028 tot een nadeel ten opzichte van de perspectiefnota 2027. De financiële gevolgen worden opnieuw beoordeeld zodra meer duidelijkheid bestaat over de verdere financiering van de uitvoeringskosten en de gemeentelijke inzet voor Nij Begun.
2e trimesterrapportage 2026
De structurele effecten uit de 2e trimesterrapportage 2026 zijn verwerkt in het startsaldo van de begroting 2027.