Financiële begroting

4. Functie van de begroting en kaders

De provincie heeft als toezichthouder in april 2026 ons de Begrotingscirculaire 2027-2030 voor gemeenten toegestuurd. Vervolgens is hierop in juni 2026 een aanvulling op gekomen. In dezelfde periode zijn de Voorjaarsnota 2026 van het rijk en de meicirculaire 2026 met daarin gevolgen voor de gemeenten. In juni 2026 is ook het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) vernieuwd. Financieel toezichthouders zijn de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), als stelselverantwoordelijke en toezichthouder op de provincies, en Gedeputeerde Staten (GS) van de provincies als toezichthouder op de gemeenten. Dit GTK heeft betrekking op het financieel toezicht door GS op gemeenten.

Samen met het GTK informeert de provincie gemeenten via de begrotingscirculaire over onderwerpen die hieruit voortkomen en die belangrijk zijn voor de begroting 2027-2030.

Als gemeente komen we voor repressief toezicht in aanmerking wanneer we voldoen aan:

  • een reëel structureel sluitende begroting 2027, dan wel een meerjarenraming waarin minimaal 2030 reëel sluitend is.
  • De vastgestelde jaarrekening 2025 en de begroting 2027 moeten tijdig, respectievelijk vóór 15 juli en 15 november 2026, aan Gedeputeerde Staten zijn ingezonden.

Het centraal uitgangspunt in het financieel toezicht van de provincie is dat er een structureel en reëel evenwicht is in de (meerjaren)begroting. Als structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Dit geldt per jaarschijf. Hiervoor is het van belang dat uit de begroting duidelijk blijkt welke geraamde baten en lasten structureel van aard zijn en welke incidenteel. Het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten en van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves zijn hierbij van groot belang.
Het reëel evenwicht houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn.

 GTK
Risicomodel
Provincies gaan voortaan expliciet werken met een landelijk risicomodel. Hiermee wordt gekeken naar onder andere:

  • ontwikkeling van het begrotingssaldo;
  • weerstandsvermogen;
  • solvabiliteit;
  • schuldpositie;
  • belastingcapaciteit;
  • ontwikkeling van reserves;
  • structurele financiële risico's.

Dat betekent niet dat gemeenten met een hoger risico automatisch preventief toezicht krijgen, maar wel dat de provincie haar toezichtcapaciteit gerichter inzet.

Structurele inzet van de algemene reserve
Onder voorwaarden kan een gemeente de algemene reserve structureel inzetten, mits:

  • dit tijdelijk is;
  • de reserve daarvoor voldoende omvang heeft;
  • de begroting daarna weer duurzaam in evenwicht komt;
  • de inzet goed is onderbouwd.

De provincie beoordeelt daarbij nadrukkelijk of sprake is van duurzaam financieel herstel.

Onderuitputting
Sinds de aangepaste BBV-regels mogen gemeenten onder voorwaarden structurele onderuitputting ramen. GTK 2026 beschrijft hoe provincies beoordelen:

  • of onderuitputting daadwerkelijk structureel is;
  • of de raming realistisch is;
  • of deze voldoende is onderbouwd met historische cijfers.

Dit wordt daarmee een expliciet onderdeel van het begrotingstoezicht

Nadere uitwerking van 'structureel en reëel evenwicht'
Het GTK 2026 werkt uitgebreider uit hoe provincies omgaan met:

  • incidentele versus structurele baten en lasten;
  • de meerjarenraming;
  • de beoordeling van taakstellingen;
  • loon- en prijsontwikkelingen;
  • risico's die nog onvoldoende financieel zijn verwerkt.

Hierdoor is duidelijker welke onderbouwing van gemeenten wordt verwacht.

Begrotingscirculaire 2027-2030
Provincie Drenthe heeft in de begrotingscirculaire 2027-2030 de uitgangspunten voor het financieel toezicht op de begroting 2027 uiteengezet. Een aantal onderwerpen is reeds opgenomen in het vernieuwde GTK 2026. Onderstaand zijn de belangrijkste aanvullende aandachtspunten weergegeven.

Structureel en reëel begrotingsevenwicht blijft uitgangspunt
De provincie blijft de begroting toetsen op structureel en reëel evenwicht. Indien het begrotingsjaar niet sluitend is, moet uiterlijk in 2030 een duurzaam herstel zijn bereikt. Daarbij mag geen sprake zijn van een opschuivend sluitend meerjarenperspectief. Daarnaast beoordeelt de provincie nadrukkelijk of loon- en prijsontwikkelingen, volumegroei, investeringen en bezuinigingen realistisch zijn verwerkt.

Actualiteiten gemeentefonds en sociaal domein
De provincie wijst erop dat voor de begroting uitsluitend mag worden uitgegaan van de actuele besluitvorming van het Rijk. Voor de hervormingsagenda Jeugd mogen uitsluitend de door de provincie toegestane stelposten worden opgenomen. Op toekomstige uitspraken van de Deskundigencommissie (commissie Van Ark) mag niet vooruit worden gelopen.

De eerder toegestane budgettair neutrale verwerking van de twee rijksmaatregelen (verkorting trajectduur en eigen bijdrage jeugdzorg) blijft mogelijk. De provincie neemt echter nadrukkelijk afstand van het VNG-advies om daarnaast een algemene stelpost op te nemen vooruitlopend op de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd. Een dergelijke stelpost wordt door de toezichthouder als onvoldoende onderbouwd beschouwd en gecorrigeerd bij de beoordeling van het structurele begrotingssaldo.

Voor de aangekondigde wijziging van de huishoudelijke hulp vanaf 2029 mogen gemeenten voor de begroting 2027 een budgettair neutrale stelpost opnemen ter grootte van de netto-uitname uit het gemeentefonds. Vanaf de begroting 2028 verwacht de provincie een concrete en reële raming op basis van de dan beschikbare beleidsinformatie.

De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage is opnieuw uitgesteld, nu tot 1 januari 2028. Wanneer gemeenten vanaf 2028 opbrengsten ramen, moeten deze voldoende onderbouwd zijn.

Klimaat- en energiegelden (CDOKE)
De provincie geeft duidelijkheid over de verwerking van de CDOKE-middelen. Voor 2027 mogen zowel de basisfinanciering als de planfinanciering als structurele baten worden geraamd. Vanaf 2028 mag uitsluitend de basisfinanciering structureel worden opgenomen; planfinanciering alleen voor zover hiervoor een beschikking is ontvangen. Daartegenover dienen ook de bijbehorende structurele uitvoeringslasten te worden geraamd.

Deze pagina is gebouwd op 10/08/2026 12:50:58 met de export van 10/08/2026 12:46:02