In deze toelichting zijn de nu bekende risico’s benoemd en volgens een klassensystematiek gewogen en gewaardeerd.
Algemene uitkering uit het gemeentefonds
De omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt bepaald volgens de bbp-systematiek. Het accres bestaat uit een volumedeel (gebaseerd op het historisch gemiddelde van de bbp-ontwikkeling) en een prijsdeel (gebaseerd op de inflatie). Bijstellingen in de macro-economische ramingen van het CPB of aanpassingen in verdeelmaatstaven en taakmutaties kunnen leiden tot afwijkingen in de meerjarige raming. Structurele wijzigingen in de verdeling of een lager accres hebben direct effect op de begrotingsruimte. Dit risico wordt gemonitord via de mei- en septembercirculaire.
Kwantificering algemene uitkering uit het gemeentefonds | |
Kans | klasse 5 (1 keer per jaar: 90%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 3 (€ 100.000 - € 250.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 90.000 (90% x € 100.000) tot maximaal € 225.000 (90% x € 250.000) |
Informatiehuishouding en informatiebeheer
De gemeente kan op dit moment niet overal aantoonbaar maken dat digitale informatie volledig, betrouwbaar, vindbaar is. Hierdoor bestaat het risico dat informatie ontbreekt of niet tijdig vernietigd wordt; zie recent Odido. Dit kan ertoe leiden dat Woo-verzoeken niet tijdig of volledig kunnen worden afgehandeld, het niet voldoen aan de Archiefwet en dit kan leiden tot herstelkosten, juridische gevolgen, toezichtmaatregelen en reputatieschade.
Kwantificering Informatiehuishouding en informatiebeheer | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 tot 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 5 (> € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 375.000 (50% x € 750.000) tot maximaal € 1.500.000 (50% x € 3.000.000) |
Digitale weerbaarheid en continuïteit
Cyberaanvallen, ransomware, technische storingen, verouderde systemen, menselijk handelen en afhankelijkheid van leveranciers of specialistische kennis kunnen leiden tot uitval, verlies van gegevens of verstoring van de gemeentelijke dienstverlening. Deze risico’s kunnen financiële gevolgen hebben door herstelwerkzaamheden, externe expertise, vervangingsinvesteringen, hogere leverancierskosten en bij cyberafpersing een losgeldeis; zie recent Ede. Daarnaast kunnen incidenten leiden tot reputatieschade en verlies van vertrouwen.
Kwantificering Digitale weerbaarheid en continuïteit | |
Kans | klasse 2 (1 keer per 5 à 10 jaar: 30%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 75.000 (30% x € 250.000) tot maximaal € 225.000 (30% x € 750.000) |
Gegevensbescherming
Menselijke fouten, onvoldoende beveiliging, onjuiste autorisaties of onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens kunnen leiden tot datalekken of overtreding van de AVG en Wpg. Mogelijke gevolgen zijn herstelkosten, juridische procedures, inzet van externe expertise, sancties van toezichthouders en reputatieschade.
Kwantificering gegevensbescherming | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 à 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 5 (> € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 375.000 (50% x € 750.000) tot maximaal € 1.125.000 (50% x € 2.250.000) |
Droogteschade en bodemdaling
We ervaren steeds meer de gevolgen van klimaatverandering. Dat merken we aan de buien die heviger worden, aan de verschuivende neerslagperiode, de langere perioden van droogte en stijgende temperaturen. Het is daarom denkbaar dat hevige wind, zware buien, maar vooral droogte en de daarmee verbonden bodemdaling tot schades aan gemeentelijke eigendommen gaan leiden. Te denken valt aan waterschade in vastgoed, maar ook verzakking van wegen en paden, of schade aan gemeentelijke riolering. Bovenop onze reguliere beheeropgave kunnen we dus te maken krijgen met extra werkzaamheden of schadeposten.
Naar aanleiding van de verzakkingsschades in de wijk Middenveld hebben we, ter voorkoming van toekomstige schades ten gevolge van onze activiteiten, het Bouwprotocol ingevoerd. Ook al valt weliswaar niet uit te sluiten dat er schade ontstaat, worden hiermee wel de grootste risico’s die betrekking hebben op gemeentelijke bouwactiviteiten ondervangen.
Het gaat hier om schades die zijn terug te voeren op gemeentelijke activiteiten (en waar wij dus verantwoordelijk voor kunnen worden gehouden). Dit geldt dus niet voor schade aan woningen en ander particulier vastgoed door verzakkingen ten gevolge van bodemdaling door langdurige droogte.
Kwantificering droogteschade en bodemdaling | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 à 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 125.000 (50% x € 250.000) tot maximaal € 375.000 (50% x € 750.000) |
Garantstellingen en waarborgfondsen
De gemeente heeft zich borg gesteld voor een aantal instanties voor het verstrekken van een geldlening. De gemeente loopt hierbij een risico als de verplichtingen door de geldnemer niet worden nagekomen.
De in het verleden afgegeven gemeentegaranties ten behoeve van door woningbouwcorporaties aangetrokken geldleningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Hiervoor geldt een ander risicoprofiel. Corporaties die in de problemen komen dienen eerst het Centraal Fonds Volkshuisvesting voor financiële steun te benaderen. De borgstellingreserve van het WSW vormt de tweede zekerheid. De derde (tertiaire) achtervangpositie betreft een door het rijk en gemeenten (elk 50%) af te geven renteloze lening aan het WSW. Het risicoprofiel kan wijzigen indien door corporaties een toenemend beroep wordt gedaan op het WSW.
Kwantificering garantstellingen en waarborgfondsen | |
Kans | klasse 1 (minder of 1 keer per 10 jaar: 10%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 25.000 (10% x € 250.000) tot maximaal € 75.000 (10% x € 750.000) |
Grondexploitaties
De omvang van de risico’s met betrekking tot de actuele grondexploitaties is bepaald op € 875.000. Voor een toelichting op dit bedrag verwijzen wij naar de paragraaf Grondbeleid .
Verwachte druk op de reserve grondexploitaties neemt toe
In de risicoanalyse zijn de plannen/projecten die zich nog in de initiatieffase bevinden niet meegenomen, of waarvan op dit moment nog niet alle uitgangspunten helder zijn. Het is echter wel aanleiding om op dit moment, in aanvulling op de risicoanalyse, duidelijk te maken dat er meer dan een verwachting is dat deze projecten niet allemaal budgetneutraal zullen kunnen worden uitgevoerd, maar op een aantal punten een flinke inzet van middelen vragen. Daarnaast hebben we te maken met een zeer onzekere woningbouwmarkt, met een gestegen hypotheekrente en hogere en vooral onvoorspelbare bouwkosten. De betaalbaarheid van woningbouw staat onder druk en dit kan er mogelijk toe leiden dat projecten vertraging oplopen of zelfs bij voorbaat al niet haalbaar zijn.
Er zullen naar verwachting projecten komen met nieuwe risico’s en/of projecten waarbij het doen van (strategische) aankopen onvermijdelijk is om voortgang te kunnen realiseren.
Integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs
De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen voor basis-, speciaal basis-, voortgezet en speciaal voortgezet onderwijs die zijn gehuisvest op het grondgebied van de gemeente en een bekostiging van het Rijk ontvangen. In het IHP is opgenomen welke scholen worden uitgebreid en/of vernieuwd, wanneer dit gepland staat en welke kosten hiervoor zijn geraamd.
De financiële risico’s betreffen met name de onzekerheid over de ontwikkeling van bouwkosten. Uit ervaring blijkt dat kosten zich sterker kunnen ontwikkelen dan de toegepaste indexering, waardoor de geraamde investeringskosten onder druk kunnen komen te staan. Daarnaast kunnen gewijzigde omstandigheden, zoals veranderende leerlingenaantallen, aanvullende eisen of vertraging in de uitvoering, leiden tot extra investeringen en hogere kapitaallasten.
De gemeente beheerst deze risico’s door periodiek overleg met de schoolbesturen, het actualiseren van ramingen en prognoses en het periodiek herijken en prioriteren van het IHP. De financiële gevolgen worden bij de verdere uitwerking van projecten nader in beeld gebracht en betrokken bij de besluitvorming.
Kwantificering integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 tot 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 125.000 (50% x € 250.000) tot maximaal € 375.000 (50% x € 750.000) |
Milieuverontreinigingen
Bedrijven moeten voldoen aan milieuwetgeving. Indien schade wordt toegebracht aan het milieu dan zullen zij de kosten voor de reiniging moeten betalen. Als de veroorzaker niet meer te achterhalen is of als de kosten niet meer te verhalen zijn dan kunnen de kosten voor rekening van de gemeente komen. De kosten van bijvoorbeeld het afvoeren van stoffen of bodem- of grondwatersanering kunnen hoog oplopen.
Kwantificering milieuverontreinigingen | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 à 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 3 (€ 100.000 - € 250.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 50.000 (50% x € 100.000) tot maximaal € 125.000 (50% van € 250.000) |
Ontwikkelingen Omgevingsdienst Drenthe
In Drenthe is sinds 1 januari 2014 de Omgevingsdienst Drenthe operationeel. De Omgevingsdienst Drenthe moet zich ontwikkelen tot een robuuste en toekomstbestendige organisatie, die zorg draagt voor de uitvoering van milieutaken in de Provincie Drenthe. Landelijke ontwikkelingen als nieuwe wetgeving en strengere eisen aan de uitvoering hebben invloed op de taken die de Omgevingsdienst Drenthe voor onze gemeente uitvoert. De aangescherpte eisen aan de uitvoering van de taken door de Omgevingsdienst Drenthe brengen voor de gemeente Noordenveld het risico met zich mee dat de deelnemersbijdrage in de toekomst wordt verhoogd.
Kwantificering ontwikkelingen Omgevingsdienst Drenthe | |
Kans | klasse 4 (1 keer per 1 à 2 jaar: 70%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 2 (€ 50.000 - € 100.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 35.000 (70% x € 50.000) tot maximaal € 70.000 (70% van € 100.000) |
Publiek Vervoer
Betreft samenwerking van alle 22 gemeenten van Groningen en Drenthe, de provincies en het OV-bureau Groningen Drenthe op het gebied van onder andere lokaal vervoer en vervoer speciaal toegespitst op doelgroepen, zoals het Wmo- en leerlingenvervoer. De samenwerking moet publiek vervoer in de toekomst betaalbaar houden, duurzamer maken en de service aan de reizigers verder verbeteren. Een stijging van de kosten van het vervoer brengt het risico met zich mee dat de financiële bijdrage van de gemeente Noordenveld aan de samenwerking in de toekomst hoger uitvalt.
Kwantificering Publiek Vervoer | |
Kans | klasse 4 (1 keer per 1 à 2 jaar: 70%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 2 (€ 50.000 - € 100.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 35.000 (70% x € 50.000) tot maximaal € 70.000 (70% van € 100.000) |
Sociaal domein
Bij de WMO, Jeugdwet en Participatiewet is er sprake van een zogenaamde openeinderegeling. Het blijft moeilijk te voorspellen hoeveel inwoners in een jaar een beroep gaan doen op deze regelingen. Dit brengt financiële risico's met zich mee. De financiële risico’s worden afgedekt met algemene reserve maar leggen wel een structureel beslag op de middelen. De omvang van de risico’s met betrekking tot het sociaal domein is per regeling becijferd op minimaal € 175.000 en maximaal € 525.000.
Kwantificering Sociaal Domein | |
Kans | klasse 4 (1 keer per 1 à 2 jaar: 70%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 175.000 (70% x € 250.000) tot maximaal € 525.000 (70% x € 750.000) |
Toereikendheid voorzieningen
Er zijn voldoende onderbouwingen van het benodigde voorzieningenniveau aanwezig, desondanks kan vanwege onvoorziene omstandigheden of calamiteiten (zoals storm, waterschade en bodemdaling) het voorkomen dat de voorzieningen op enig moment niet toereikend zijn. Het risico bestaat dat, wanneer de bestaande voorzieningen niet langer toereikend zijn, aanvullende financiële middelen van de gemeente Noordenveld noodzakelijk zijn. Dit kan leiden tot hogere lasten binnen de begroting.
Kwantificering toereikendheid voorzieningen | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 à 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 125.000 (50% x € 250.000) tot maximaal € 375.000 (50% x € 750.000) |
Veiligheidsregio Drenthe (VRD)
De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) heeft de algemene reserve verlaagd naar 2,5%. De reserve is tevens alleen beschikbaar om loon- en prijsstijgingen op te vangen en is daarmee verworden tot een bestemmingsreserve. Het ongedekte deel van de risico's van de VRD, dat uitkomt op in totaal € 4.800.000 moet hierdoor bij de gemeenten in hun eigen weerstandscapaciteit worden verwerkt. Het risico VRD is daarom aan deze paragraaf toegevoegd.
Het ongedekte risicodeel voor Noordenveld komt uit op een bedrag van circa € 281.597, waardoor het risico in gevolgklasse 4 valt. Op basis van de risico-inventarisatie van de VRD concluderen we dat de gezamenlijke risico's van de VRD tot kansklasse 3 gerekend kunnen worden. Meer informatie over de risico's van de VRD vindt u in de begroting van de VRD. Het opnemen van het ongedekte risicodeel voor de gemeente Noordenveld in de risico-inventarisatie heeft een nadelig effect op de weerstandsratio. Als het risico zich daadwerkelijk voordoet, kan dit leiden tot een hogere financiële bijdrage aan de VRD en daarmee tot aanvullende lasten binnen de gemeentelijke begroting.
Kwantificering Veiligheidsregio Drenthe (VRD) | |
Kans | klasse 3 (1 keer per 2 tot 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 4 (€ 250.000 - € 750.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 125.000 (50% x € 250.000) tot maximaal € 375.000 (50% x € 750.000) |
Beheer wegen en groen
Voor het beheer van de openbare ruimte wordt gewerkt met beheerplannen en scenario’s uit de BOR-systematiek met kwaliteitsniveau 's. Voor het uitvoeren van de beheerplannen zijn middelen beschikbaar gesteld om de openbare ruimte op het vastgestelde niveau te kunnen onderhouden.
De onderhoudssituatie van bepaalde wegen kan door veranderend gebruik en als gevolg van weersomstandigheden sneller achteruitgaan, bijvoorbeeld klimaatschade door verdroging. Hierdoor moet versneld onderhoud en/of grootschalige reparaties worden uitgevoerd.
Indien schade aan personen, voertuigen of gebouwen ontstaat door onvoldoende onderhoud aan infrastructuur kan een schadeclaim ingediend worden door de benadeelde persoon. Daarnaast bestaan de risico’s van schadeclaims door takbreuk en achterstallig onderhoud van speeltoestellen. Indien als gevolg van onvoorziene omstandigheden meer onderhoud noodzakelijk blijkt dan momenteel wordt voorzien, kan dit leiden tot hogere lasten binnen de gemeentelijke begroting. Dit risico is meegenomen in de risicobeoordeling.
Kwantificering beheer wegen en groen | |
Kans | klasse 2 (1 keer per 5 à 10 jaar: 30%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 3 (€ 100.000 - € 250.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 50.000 (50% x € 100.000) tot maximaal € 125.000 (50% x € 250.000) |
Continuïteitsrisico Raadsvergadersysteem
Het huidige raadsvergadersysteem vertoont incidentele technische storingen, waarbij het systeem onverwacht kan uitvallen. Hoewel de beschikbaarheid van het systeem op dit moment overwegend voldoende is, kan een storing tijdens een raadsvergadering gevolgen hebben voor de continuïteit en ordentelijkheid van het vergader- en besluitvormingsproces. Op korte termijn wordt daarom niet direct overgegaan tot vervanging van het systeem. Wel wordt het risico op uitval expliciet onderkend en worden voor nu passende beheersmaatregelen getroffen om de continuïteit van raadsvergaderingen zoveel mogelijk te waarborgen. Als het systeem onverhoopt uitvalt en herstel technisch niet langer mogelijk of verantwoord is, zal vervanging van het raadsvergadersysteem noodzakelijk zijn en hiervoor een investering moeten worden gedaan.
Kwantificering vergadersysteem raadzaal | |
Kans | klasse 2 (1 keer per 2 à 5 jaar: 50%) |
|---|---|
Gevolg | klasse 3 (€ 100.000 - € 250.000) |
Kans x gevolg | minimaal € 30.000 (30% x € 100.000) tot maximaal € 75.000 (30% x € 250.000) |